Een jeugdige medaillist is noch een doel noch een middel

De polemiek rond het 15-jarig Russisch toptalent in het kunstschaatsen beroert niet enkel sportliefhebbers maar evenzeer pedagogen, artsen, beleidsmakers en sportorganisatoren.

Na een bevestigde positieve dopingcontrole mag het talent toch verder deelnemen aan een wedstrijd op het allerhoogste niveau.

Als bestuurslid in Gymfed, in een Gentse Scholengroep en in Panathlon ben ik vandaag ontdaan en bezorgd over de ethische en sportieve consequenties van dit voorval. Het is dan ook met die blik dat ik de beslissingen rond Valieva met verbazing bekijk en mij verslik in mijn dagelijks kopje koffie.

Het is bedroevend te zien hoe men zich in alle mogelijke bochten draait om zich uit een onkiese situatie te wringen.

De ‘verklaringen’ stapelen zich op. Grootouders worden erbij gesleurd om schuld op zich te nemen.

Moet ik dan begrijpen dat een competitie met andere woorden ‘mag vervalst worden’ als opa zijn glas niet afwast? Sorry, maar als er sporen zijn van een verboden product maakt het niet uit wie dat in de papfles deed. Elke atleet die dergelijke uitvluchten moet slikken van een concurrent wordt hiermee de facto unfair behandeld.

Het toont vooral aan dat succes in de sport al lang niet toebehoort aan het individu dat haar/zijn jonge leven volledig ten dienste stelt van de sport. Een sportief succes moet steeds meer het gelijk aantonen van een maatschappelijk en politiek stelsel. Ik benoem hier expliciet de politiek en sportorganisaties die deze jongeren aanzetten tot het behalen van hun (politiek) succes.

Zorgwekkend is het gegeven dat kinderen het labo experiment worden van volwassenen in het behalen van sportieve (?) doelstellingen die steeds minder met het kind te maken hebben.

Een dopingcontrole is op zich al een verplichting die we onszelf moeten opleggen omdat er ook in de sport fraudeurs actief zijn. Met andere woorden:

Als je minderjarigen toelaat tot een topsportopleiding; als je die jongeren in een strikt geregelde sportdiscipline aanstuurt; als je hen laat deelnemen aan ‘volwassen’ wedstrijden op het hoogste niveau; als je die daarbij onderwerpt aan strikte regels om te mogen deelnemen, dan kan je je als organisator bij een negatieve uitslag niet verbergen achter de leeftijd. Een leeftijd die mijns inziens 16 + mag zijn en waarbij je zonder schroom elke deelnemer onderwerpt aan dezelfde regels en beoordeelt op eenzelfde basis.

Dat ouders hier een belangrijke rol spelen is een dooddoener. Sportarts Tom Teuglingx gaf over dat thema een goede aanzet met zijn boek ‘Sportouders’. Hij verwijst daarbij onder meer naar de eigen keuze en verwachtingen van het kind bij het sporten. En op het belang van speelplezier en voldoende rust. Ook de aanvangsleeftijd en intensiviteit in de voorbereiding naar competitiesport stelt hij in vraag.

Wie zoals ikzelf in een sportbestuur actief is moet haar/zijn stem laten horen en zelf actief waken over ethiek in de Sport. Er kan geen ruimte zijn voor compromissen rond de rechten van kinderen. Noch binnen noch buiten de Sport.

Paul Standaert

Panathlon International Belgium

15 februari 2022